De Wkb en de fabel van de omgekeerde bewijslast

Louise de Graaf



Per 1 januari 2024 treedt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking. Met de Wkb verandert er ook iets in de aansprakelijkheid na oplevering. We horen weleens vertellen dat er sprake zou zijn van een omgekeerde bewijslast. Maar dat klopt niet. Het uitgangspunt blijft: wie eist, bewijst.

Huidige situatie, vóór de Wkb

Allereerst is het goed om te weten hoe het nu wettelijk is geregeld. Als er na oplevering een gebrek wordt geconstateerd, moet de opdrachtgever eerst stellen en zo nodig bewijzen dat er sprake is van een gebrek en dat dit al (verborgen) aanwezig was bij de oplevering. Uitgangspunt is: wie eist, bewijst.

Vaak zal je dit gebrek willen herstellen, maar soms zijn er redenen om dat niet te doen. Bijvoorbeeld omdat je het niet eens bent met de stelling van de opdrachtgever: “het stucwerk is niet gebrekkig, het voldoet aan de norm”. De opdrachtgever moet dan bewijzen dat zijn stellingen kloppen.

Ook kan je als aannemer (rechts)feiten aandragen waarom jij meent dat je niet hoeft te herstellen, bijvoorbeeld dat de aansprakelijkheidstermijn is verstreken, of dat je niet hoeft te herstellen zolang er sprake is van achterstallige betaling van de opdrachtgever. Een ander mogelijk verweer is dat de opdrachtgever het gebrek bij oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken, maar niet heeft gemeld: “die kras op de deur staat niet op de opleverlijst”. In deze gevallen ligt de bewijslast bij jou als aannemer, jij wilt je immers bevrijden van aansprakelijkheid.

Straks, nadat de Wkb is ingegaan

Bij de inwerkingtreding van de Wkb wordt aan artikel 7:758 BW een nieuw lid 4 toegevoegd: “In afwijking van het derde lid, is bij aanneming van bouwwerken de aannemer aansprakelijk voor gebreken die bij de oplevering van het werk niet zijn ontdekt, tenzij deze gebreken niet aan de aannemer zijn toe te rekenen.” Als de opdrachtgever een consument is, mag je van deze bepaling niet afwijken. Met zakelijke opdrachtgevers mag je wel andere afspraken maken. Maar wat betekent dit nu concreet?

Voor jou vervalt daarmee het verweer dat de opdrachtgever het gebrek bij oplevering had moeten ontdekken: “die kras op de deur staat niet op de opleverlijst”. Hierdoor wordt de aansprakelijkheid wel iets ruimer, maar het is niet zo dat de aannemer opeens overal voor aan de lat staat. De andere mogelijkheden tot verweer blijven overeind, zoals het eerdergenoemde verweer dat de aansprakelijkheidstermijn is verstreken.

Ook de bewijslastverdeling verandert niet. De opdrachtgever moet óók onder de Wkb nog steeds aantonen dat er sprake is van een gebrek en dat dit gebrek aanwezig was bij oplevering. Het ministerie heeft dit regelmatig bevestigd. Je hoeft niet te bewijzen dat het werk “goed” is bij oplevering. Een uitgebreide fotosessie bij de oplevering of een goedkeuring van de opdrachtgever voor elk onderdeel van het werk is daarom in principe niet nodig. Al kan het wel handig zijn om dit als tegenbewijs achter de hand te hebben.

Volop hulpmiddelen om je voor te bereiden

Bereid je goed voor op de inwerkingtreding van de Wkb. Je vindt hiervoor diverse hulpmiddelen op onze Wkb-themapagina. 



Website

Lees ook deze artikelen

Plaats een reactie