Nationaal Groeifonds reserveert €352 miljoen voor impuls techniekonderwijs

Louise de Graaf



De urgentie om kinderen en jongeren – ongeacht hun schoolsoort, leerjaar, potentie, interesses en achtergrond – kwalitatief hoogstaand techniekonderwijs te geven is gehoord door het Nationaal Groeifonds. Het voorstel ‘Investeren in het talent van de toekomst’ heeft tot doel om alle jongeren in aanraking te laten komen met de kansen van (natuur)wetenschap, techniek, technologie en ICT tijdens schooltijd en in het curriculum.

De urgentie om kinderen en jongeren – ongeacht hun schoolsoort, leerjaar, potentie, interesses en achtergrond – kwalitatief hoogstaand techniekonderwijs te geven is gehoord door het Nationaal Groeifonds. Het voorstel ‘Investeren in het talent van de toekomst’ heeft tot doel om alle jongeren in aanraking te laten komen met de kansen van (natuur)wetenschap, techniek, technologie en ICT tijdens schooltijd en in het curriculum. Het bedrag is nu nog gereserveerd. De commissie van het Nationaal Groeifonds ziet de urgentie maar wil een aantal aanscherpingen om definitief over te gaan tot investering.

Wie zit er achter het voorstel en hoe komt de bouw & infra terug in de plannen?

Het Nationaal Groeifonds is ingesteld door het huidige kabinet om met 20 miljard euro te investeren in projecten die zorgen voor economische groei op de lange termijn. Kortom, investeren in talent en kennis voor techniek, dus ook alles wat te maken heeft met de bouw en infra.

Platform Talent voor Technologie  is het landelijke centrum van kennis, expertise en netwerken op gebied van de technologische onderwijs- en arbeidsmarkt. Zij hebben samen met de ministeries OCW en EZK een plan ingediend om techniekonderwijs via 80 regionale netwerken naar een hoger niveau te tillen.

Een plan om iedere leerling van de basisschool tot aan zijn of haar middelbare schooldiploma zowel binnen als buiten de school een duurzaam en goed functionerend techniek-inclusief leerecosysteem te bieden. Kortom, techniek en dus ook bouw en infra is voor iedere minderjarige in Nederland een toekomstkans, want je komt er met dit plan structureel tot minimaal je zestiende levensjaar mee in aanraking. Nu is het dat nog niet altijd het geval.

Op de achtergrond zijn wij, alleen en met de industriëlecoalitie (Metaalunie, FME, UNETO-VNI en Bouwend Nederland) betrokken om de juiste input en urgentie aan te geven. Denk hierbij aan het leveren van regionale netwerken, samenwerkingsverbanden met leden en inhoud over praktijk- en beroepsvaardigheden.

Vera van Rossem: “Met dit voorstel gaan we gezamenlijk echt investeren in de toekomst zodat we slim omgaan met onze talenten en onze leefomgeving. Structureel kennis en tijd voor techniek-onderwijs in het curriculum, zodat jongens en meisjes tot en met hun middelbare schooldiploma in aanraking komen met het werk van de bouw en infra. Dat ze plezier krijgen en gestimuleerd worden in de beroepen van de toekomst om duurzame gebouwen te bouwen en met slimme constructies zorgen voor droge voeten. We zetten met meerdere initiatieven zoals bijvoorbeeld Wij bouwen de toekomst, Onderwijsdag van de bouw, bouwgame en ontwikkeling van gastlessen nu al in op de doelgroep. Met dit plan verankeren we onderwijsmateriaal structureel binnen het curriculum. Met kennis en onze leden zorgen we dat de leerstof goed aansluit op de praktijk”.

Maar een reservering maakt nog geen duurzaam resultaat

Dus de eerste stap om dit plan werkelijkheid te laten worden is het aanscherpen van de plannen. Het Nationaal Groeifonds heeft aangegeven dat het duidelijker moet worden in het voorstel wat het duurzame effect na acht jaar is en hoe het geld landelijk en regionaal precies ingezet gaat worden.

Kortom, precies de vragen waarmee we ook concreet kunnen maken hoe de bouw en infra hierin terug is te zien en wanneer. De nieuwe plannen maken duidelijk waar de grootste kansen liggen op regionaal en lokaal niveau. Waar gaat het goed, wat zijn best practices en waar gaat het nog niet zo goed en kunnen (meer) activiteiten ontwikkeld worden. Ook moet helder zijn wat voor type activiteiten worden gefinancierd en hoe het bedrijfsleven betrokken is. Het plan moet antwoord geven op de te bereiken kpi’s zoals aantal studenten, uren onderwijs en de keuzes voor bètatechnische profielen en vervolgonderwijs, hoe het past in het curriculum en hoe je dat toetst. Scherpe vragen om techniek duurzaam in het onderwijs te houden.

Het Platform Talent voor Technologie gaat samen met ministeries OCW en EZK aan de slag om dat plan te verbeteren. Dat doen ze met feedback die wij bij de leden in de regio’s ophalen. In november zullen alle stakeholders, waaronder wij, de verzamelde feedback geven. Het Nationaal Groeifonds geeft vervolgens een advies aan de Tweede Kamer. De verwachting is dat in mei 2024 daar een besluit overgenomen wordt.

Zodra er meer nieuws is over de plannen of het proces informeren we de leden. Meer informatie is te vinden op deze website.



Website

Lees ook deze artikelen

Plaats een reactie